Inspectie I.
Uitgevoerde taken.

Koetswerk en elektriciteit:

  • Controle van het lichtsysteem.
  • Controle van het instrumentenbord, de dashboardverlichting en de ventilatoren voor de verwarming en verluchting.
  • Controle van de claxon, knipperlichten waarschuwingsknipperlichten.
  • Controle van de veiligheidsgordels, werking van de automatische gordelspanners, gespen en clips getest.
  • Controle van het zuurniveau en de laadstatus van de accu, accu opnieuw opgeladen (indien nodig).*
  • Vervanging van de microfilter voor verwarming en airconditioning.
  • Indien MINI Mobility System beschikbaar is: filterbus van compressor vervangen na 4 jaar.*
  • Visuele controles op schade, lekken en corrosie aan ophanging en koetswerk.
  • Smeren van de achterklepscharnieren.

Motorcompartiment:

  • Test van het zelfdiagnosesysteem; uitlezen van foutgeheugen.
  • Vervanging van motorolie en oliefilter.
  • Koelwaterniveau en vloeistofconcentratie getest na bijvullen.
  • Koelwater volgens voorgeschreven interval (maximaal 4 jaar) vervangen door geschikte koelvloeistof (indien nodig).*
  • Onderhoudsintervalindicator teruggesteld volgens de instructies van de constructeur.
  • Controle van het sproeivloeistofniveau voor voorruit en koplampen (indien van toepassing); vloeistof bijgevuld indien nodig.
  • Controle van het vloeistofniveaus voor stuurbekrachtiging; vloeistof bijgevuld indien nodig.*
  • Remvloeistof vervangen binnen het voorgeschreven interval (maximaal 2 jaar).*

Ophanging:

  • Gemiddelde kracht van voorste en achterste remblokken gemeten.
  • Indien de remblokken worden vervangen: reiniging van remas, testen van oppervlak en kracht van schijfremmen; smering van wielnaaf van lichtmetalen velgen.*
  • Testen van stuurinrichting op speling, soliditeit, schade en slijtage.
  • Testen van onderstel op lekken, schade en corrosie.
  • Testen van remkabels op soliditeit, schade en correcte positionering.
  • Controleren van handrem op correcte werking; bijregelen indien nodig.
  • Herstellen van handrem volgens specificaties van constructeur (indien nodig).
  • Meten van bandenspanning (inclusief reservewiel) en bijregelen indien nodig; resetten van runflat-indicator, controleren van toestand, profiel en contact van banden.

Laatste controle:

  • Proefrit om te controleren of de auto geschikt is voor het verkeer, inclusief tests van remmen, stuurinrichting of stuurbekrachtiging, koppeling, indicatoren en waarschuwingslampjes.

 

*Meerprijs.